Het GGO debat is politiek, niet wetenschappelijk

November 28, 2017 - Categorised in: -

Er is inderdaad meer debat nodig over het gebruik van GGO’s, zoals verschillende opinies de afgelopen week in De Standaard voorstelden (DS 27/11/2017 en DS 29/11/2017). De vraag is nu echter: welk type debat? Al te vaak bepekt de huidige discussie zich een ietwat steriele confrontatie tussen twee kampen met posities die lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan.

De anti-GGO-activisten hekelen het technologische fanatisme van de pro-GGO-activisten, die ervan beschuldigd worden op de loonlijst te staan van bedrijven als Monsanto, Syngenta of Pioneer. De voorstanders die alleen voordelen willen zien aan de introductie van GGO’s, maken dan weer de tegenstand af als anti-wetenschappelijk obscurantisme dat gestoeld is op een primaire instinctieve afkeer (DS 13/05/2015).

In De Standaard stelt Eos redacteur Dieter De Cleene dat goede argumenten tegen GGO’s opgeraken (DS 30/11/2017). Maar de argumenten van geen van beide kampen zijn 100% waterdicht. Belangrijker nog: kan er wel sprake zijn van een echt debat ? Hebben we niet eerder te maken met dogmatische posities die net verhinderen dat een debat over de essentie wordt gevoerd ?

Als de pro-GGO posities neerkomen op het prediken van de universaliteit en neutraliteit van de technologie, en anti-GGO opvattingen precies het tegenovergestelde beweren (namelijk dat de technologie principieel schadelijk zijn), waar kan het debat dan plaatsvinden? Het antagonisme van beide posities dreigt precies te verhullen dat het zou moeten gaan over welke doelstellingen men wil bereiken.

Een politieke vraag

Alvorens de legitimiteit en de relevantie van het gebruik van een technologie te overwegen, moet er dus eerst duidelijkheid worden geschapen over wat van die technologie verwacht wordt en volgens welke regels ze kan gebruikt worden. In het geval van GGO’s kunnen we daarom alleen ‘voor’ of ‘tegen’ zijn eens het gewenste landbouwmodel gedefinieerd is (zeggen dat het ‘duurzaam’ moet zijn, is echt niet genoeg). De keuze van het landbouwmodel moet gebeuren op basis van een politieke discussie (die liefst wetenschappelijke argumenten hanteert), en geen wetenschappelijke.

De definitie van het gewenste landbouwmodel moet starten bij de identificatie van problemen van het huidige model. De industrialisering, de overproductie, de centralisatie van kennis (en het verlies van kennis op het niveau van de boerderij), de ontvolking van het platteland, de externalisering van milieueffecten, de privatisering van gewassen, de erosie van de biodiversiteit en de genetische verarming zijn enkele voorbeelden van de tekortkomingen van het huidig model. Alvorens deze of gene technologie in onze landbouw toe te passen, moet er worden nagegaan in hoeverre het oplossingen biedt voor deze problemen.

De meeste GGO’s die vandaag de dag gebruikt worden, bieden echter weinig oplossingen voor deze problemen. De overgrote meerderheid biedt resistentie tegen herbiciden (de Roundup Ready GGO’s) of insecten (de Bt GGO’s) aan. De eerste vereisen een constante aanvoer van pesticiden, een oplossing die moeilijk verdedigbaar is gezien de impact ervan op het milieu en de gezondheid. De tweede, hoewel ze op korte termijn kunnen leiden tot een vermindering van het gebruik van pesticiden, bieden geen oplossingen voor de langere termijn. Ze lossen bijvoorbeeld het steeds weerkerend probleem van de opkomst van resistente plaagorganismen niet op. Hoewel sommige GGO’s theoretisch meer maatschappelijke voordelen zouden kunnen aanbieden (zoals Gouden Rijst, een vaak gebruikt voorbeeld), zijn deze toepassingen schaars. En het is precies door de afwezigheid van een publiek debat over de problemen die GGO’s zouden moeten oplossen, dat die schaarste in de hand wordt gewerkt. De huidige discussie wordt volledig gestuurd door grote agro-industriële bedrijven. Bij gebrek aan tegenargumenten worden alleen hun belangen in aanmerking genomen, en deze komen zelden overeen met het collectieve belang.

Toeëigening door landbouwers

Het debat moet dus verruimd worden. Tot spijt van wie het benijdt heeft dit debat nood aan meer complexiteit, niet minder. Het moet rekening houden met alle problemen waarmee de conventionele landbouw te kampen heeft, en verder gaan dan enkel de kwestie van het gebruik van GGO’s. Het gaat niet alleen om oogst, winst en gezondheid. Zelfs al begint de wetenschap naar een consensus te neigen dat GGO’s geen gezondheidsrisico’s inhouden , dan nog is dat op zichzelf geen voldoende argument voor een veralgemeende introductie van GGO’s. Milieurisico’s (vooral het verlies van agrobiodiversiteit), evenals de plaats van de verschillende actoren in de keten, of de autonomie en erkenning van landbouwers zijn eveneens belangrijke vragen. Indien we bijvoorbeeld voor een landbouwmodel kiezen waarin de autonomie en erkenning van landbouwers belangrijk zijn, dan is het problematisch dat GGO’s vandaag de dag vooral het eigendom zijn van grote agro-industriële groepen (niettegenstaande de uitzonderingen die in bovenvermelde opinies geciteerd worden) en dat de technologie alleen in een lab kan worden ontwikkeld (in tegenstelling tot klassieke veredeling bijvoorbeeld).

Dit betekent niet dat dergelijke groepen (of andere belangrijke economische actoren) ongewenst zouden zijn. Aangezien de kosten voor de ontwikkeling van GGO’s zeer hoog zijn, kunnen de onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten van de private sector zeker nuttig zijn. Maar dan moeten we er meteen ook op toezien dat de belangen van de agro-industriële sector de decentralisering van kennis en de toeëigening van innovatie door landbouwers niet voorkomen.

Door hun eigen tegenstellingen te overstijgen, kunnen pro- en anti-GGO-activisten elkaar misschien vinden, en meteen ook diegenen ontmaskeren die in werkelijkheid alleen hun eigen belangen verdedigen. Het zijn zij die het echte obstakel vormen voor een landbouw die eerst en vooral het collectieve belang dient.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *